|
De Aziatische volkeren, die tienduizend jaar geleden over het ijs van de Beringstraat het Amerikaanse continent binnentrokken, bevolkten uiteindelijk ook Zuid-Amerika. Vele duizenden jaren later werden zij Indianen genoemd, omdat Columbus het verkeerde werelddeel ontdekt had. Die indianen vonden in de verre oudheid een paradijselijke plek, in een land dat nu bekend staat als Suriname.
Een eilandje in een rivier met kristalhelder water, een paar honderd meter stroomafwaarts van een imposante groep watervallen. Die rivier zat vol met de smakelijkste vis in Gods wateren, en het oerwoud omheen wemelde van het gedierte, dat met pijlen en stenen bijlen verschalkt kon worden.
Allerhande soorten bos-en aardvruchten konden in de omgeving worden verzameld voor een rijk en gevarieerd dieet, en de planten, lianen, struiken, bomen in het woud leverden medicijnen voor bijna alle kwalen.
Kortom, het leven was daar zo goed als het op aarde maar kon zijn. Die indianen uit de oudheid moeten gelukkige mensen geweest zijn. Waarom hun nakomelingen daar niet meer wonen, is een raadsel waarop het antwoord in de mist der prehistorische tijden is vervlogen, maar op dat eilandje is in het jaar 1984 het bewijs gevonden dat ze er zijn geweest: zeventien puntgave stenen bijlen, netjes op elkaar gestapeld in een ondiepe kuil.
Niet ver daarvandaan werd later een slijpgroeve ontdekt waar die bijlen waarschijnlijk zijn gemaakt. Historici stelden vast dat het om een belangwekkende voorhistorische vondst ging, maar ook zij konden het geheim van deze verlaten nederzetting niet ontrafelen. Maar de huidige bewoners begrepen maar al te goed, waarom die indianen uit de oudheid juist deze plek uitkozen om er een gemeenschap te stichten, want het eilandje is vandaag de dag nog even paradijselijk als het in het verre verleden geweest moet zijn. Er staat daar nu sinds jaar en dag een vakantieoord, waar buitenlandse toeristen en gestresste stedelingen kunnen genieten van de prachtige omgeving, en zwemmen in de rivier waarvan het water nog steeds kristalhelder is. Boven de watervallen zijn de rivieroevers onbewoond, dus het drinkwater dat uit de kranen van Guesthouse Dubois aan de Blanche Marie watervallen in het Bakhuysgebergte komt, wordt rechtstreeks uit de rivier gepompt. Maar dit paradijsje is nu nog rijker dan in de lang vervlogen tijden toen de indianen er nog woonden: het Guesthouse biedt comfortabele slaapgelegenheid aan honderdveertig gasten, die er als ze dat wensen gekoeld door airconditioning van kunnen genieten.
Ruime, welvoorziene keukens, bad en recreatiegelegenheden, radiocommunicatie met de buitenwereld en zelfs video maken het Guesthouse tot een waar Shangri-la van de twintigste eeuw. Een stukje modern comfort is hier overbodig: voor een jacuzzi is hier geen modieuze technologie nodig.
|
|